Vermicelli + valpartij + Klimt + gedicht
Ik denk dat er vandaag iemand stevig hoofdpijn zal hebben. Een paar maanden geleden nog een dametje geholpen, nadat die over een stel tramsporen op haar gezicht gegaan was, gisteren was het de beurt aan een, euh, eerder beschonken (hij waggelde, brabbelde en zei zelf dat ie wat teveel geproefd had) man, die kennis maakte met de plavuizen grond door een deftige tramperronhoogte. Aan De Nieuwe Linde mag je echt wel stellen dat die nogal aan de hoge kant zijn. Affin, hij ging vrolijk waggelend op weg naar huis, waar hij ook maar vandaan kwam, en toen tegen de grond. Zijn val werd voor 100 % gestopt doordat zijn hoofd niet langer meegaf met de valbeweging. Hij móet vandaag dus hoofdpijn hebben, ik denk ook nekpijn, ferme blauwe plekken op zijn scheenbenen, én hij mankeert een nogal degelijk stuk vel op zijn neus. Nu ja, ik vermoed ook een stuk uit zijn geheugen, ik help het hem hopen.
Deze week onderstaand gedicht geschreven, op basis van bovenstaand schilderij van Gustav Klimt. Ik wil het jullie niet onthouden, dus vandaag opnieuw een dichie.
zijn Danae
de onschuld ligt
in de verleiding
het hart te grabbel
en het weelderig lijf
ongeboeid zo boeiend
hier moest hij komen
terwijl de maan klimt
tot haar hoogste punt
een man zijn vrouw geslacht
nog onderscheidt van anders
en met goud bedelft
rozevolle lippen moeten
onberoerd betast, gekust
de hemel helemaal
tot op de aarde neergedaald
en de poëtische ontboezeming
gewoon geschiedenis
omdat geschiedenis moet zijn
© Frans V.