over politieke spelletjes
Het gekakel in het groene en/of rode halfrond, dat toch zou moeten verminderen als niet iedereen-met-de-pet per se zijn of haar eigen zegje te placeren heeft, is bij wijlen nog erger dan op een doordeweekse Werchterse wei. En met die bolletjeskleurdag (of aanstipdag voor de elektronisch stemmenden onder ons) in het nabije verschiet, lijken al die politieke neuzen nog maar moeizaam in dezelfde richting te wijzen: die van het goed bestuur omdat een volk daar recht op heeft.
Met duizenden wordt er nogal wat afgezeverd, deze dagen. Over hoe de doorsnee politicus nog vromer dan de paus zou moeten zijn (je zou er de geschiedenis van die heren (en een enkele dame) eens op moeten naslaan, dan zijn onze verkozenen, gecoöpteerden en geïmporteerde bewindvoerders verdorie veelal padvinders, die hun pollekens af en toe verbranden aan een te snel opgepookt vuurtje). Of dat zo een politicus geen fouten zou mogen maken, want meteen wordt er moord en brand geschreeuwd - veelal nog door mensen die zwaar naast de kade staan, niet eens erop. Wie durft in eer en geweten zichzelf een foutloos levensparcours toedichten?
Bibi laat ze hun gang maar gaan. Nog enkele weekjes, zelfs geen twee meer, en dan gaat het om de knikkers. Wie mag verder doen en wie niet meer, wie krijgt er een kansje in de politieke lotto en wie is/blijft reservebal... Best wel spannend. En misschien komt er wel verandering van. Misschien, jongens, misschien, niet te enthousiast, het is maar een (politiek) spelletje.