Deze blog - op eigen risico reageren

Hier deelt Vlinderman af en toe wat gedachten en gedichten.
Posts tonen met het label hoek. Alle posts tonen
Posts tonen met het label hoek. Alle posts tonen

donderdag 18 december 2008

achter de hoek blijven ze leven

Vlinderman hangt op een brug in Maastricht

Vrijen, dat doe je met twee, waarna hij steeds weer de zetel opzoekt. Iemand in dit gezin moet zitten. Hij houdt al lang geen statistieken meer bij, maar stelt desondanks vast dat het eerder zielig gesteld is met de aandacht van de mensen om hem heen. Enkele seconden verbazen ze hem, maar niet veel langer meer, sedert hij heeft ingezien dat er niet zoveel aan het hele zaakje te veranderen valt. Stupide en morbide, zo omschrijft hij zich tegenwoordig, met iets dat moet lijken op een vage glimlach op zijn gezicht. Hij kijkt haar aan vanuit de woonkamer en vraagt haar niets. Zij moet ook haar aandeel zelf opnemen, denkt hij genoegzaam bij zichzelf.

De dagen verlopen in dezelfde sleur als altijd, alleen korten ze nog steeds, ten voordele van de nachten, die nu het gros van de tijd aanwezig lijken te zijn. Het is niet om veel vrolijker van te worden, maar hij weerstaat vooralsnog de aandrang een touw te grijpen en het systematisch rond zijn nek te draperen om er voor een laatste maal aan herinnerd te worden dat een mens zuurstof nodig heeft om hier te blijven ronddwalen. Er zijn zekerheden in het leven, net zoals het feit dat de doorsnee megasuperster in showbizzland bereid is kinderen te adopteren en vervolgens zijn of haar huwelijk op te blazen om vervolgens vast te stellen dat er ook kinderen bij het hele stinkende zaakje betrokken zijn. Hij neemt een alcoholstift en schrijft zijn naam op de muren, om zichzelf eraan te herinneren wie hij is en om te vermijden dat hij dat ooit zou vergeten. Hij is tenslotte maar een mens van vlees en bloed, met de neiging zichzelf uit het oog te verliezen.

woensdag 17 december 2008

achter de hoek leven er ook nog

Vlinderman blijft lachen. Maar met/om wie?

Amper één dag na het verlaten van zijn zetel en het zit er bovenarms op. De muren dienen nog behandeld tegen het teveel aan menselijke neerslag, maar zijn borstels staan nog steeds in verpakking te wachten op hun ontmanteling. Met veel verwijt worden ze aangevoerd, maar hij lijkt er niet warmer of kouder onder te worden. Dat de bril in zijn gemaksverblijf maar omlaag hangt, daar maakt hij zich zorgen over, luidkeels zelfs, en dat vreet al energie genoeg van hem. En dat hij aftelt naar zijn duizendste aller individueelste uitdrukking, daar ligt hij wakker van - not - want hij kan niet tellen. Uit zichzelf bekennen kent hij niet, dus typt hij wat hij te zeggen heeft. Iedere dag, soms meerdere malen per zelfde dag, en soms herhaalt hij zich. Omdat hij vindt dat hij als 'echte mens' daar recht op heeft, herhaling doet het immers goed wanneer er niets nieuws te vertellen valt én het overkomt de slimste geesten ook, zonder dat ze het zelf beseffen.

In de kranten leest hij tussendoor de stand van de wereld, het leven ook, en hij stelt vast dat niet enkel zijn muren behandeling nodig hebben, maar dat de hele wereld toe is aan een sessie van enkele uren op de bank van een psychiater, die hopelijk zorgvuldiger om zal springen met overduidelijke noodkreten dan die ene die niet ingreep vóór een moeder besliste niet langer moeder te zijn van vijf. Het is een hard leven, dat van psychiater, en daarom betaalt hij ze ook zo duur. Iedere doortocht met een briefje uit zijn brieventas, soms eens blauwgrijs, dan weer stralend rood, af en toe maagdelijk wit, wat er maar uit komt. Het leven zoals het is, hij neemt het zoals het zich aandient en stelt zich geen vragen. Alles is een roman, denkt hij doorgaans in de stille beslotenheid van zijn ondenkbare interne machinaties, om vervolgens alweer die ene voet voor de andere te krijgen. En hij blogt, hij logt zichzelf iedere dag aan de wereld en vertelt wat hij te vertellen heeft. Hij is in wezen het experiment waar 'de andere' om verlegen zit.

Er is ook de kerel en/of het vrouwmens dat hem op kosten jagen/jaagt. Dat zit hem dwars. Almaar werken, in regel blijven met de regels om de regels, hij ziet er het nut niet van in, maar volgt trouw zijn opvoeding, dankbaar voor zijn ouderlijk gezag daarin, maar slikt duizend maal per dag - en dat meerdere malen per zelfde etmaal - zijn bezwaren in tegen 'het moeten'. Zou hij zonder nog wel 'mens' genoemd mogen worden? Al doet het er in wezen allemaal niet toe. Opleggen, met genoeg krediet achterblijven, daar draait het om. En betalen om niet op straat te komen staan. De wereld in crisis? Daar ligt hij niet wakker van. Terugkeren naar zijn zetel, dat is zijn prioriteit.

dinsdag 16 december 2008

achter de hoek leven er ook

Uw blogger Vlinderman in een auto

Uit de zetel kwam een man, hij moest daaruit om er niet langer in te zitten. Het regende onlangs en dat had zijn sporen nagelaten. Heel veel kinderen ook, dat was een beetje eigenaardig. Gelukkig was de Sint op tijd afgezakt, anders had hij daarbij zijn aansluiting met het leven gemist. Dat zou hem uiteraard nooit tegengehouden hebben, dergelijk man is hij nooit geweest, maar als hij een koe een kat had genoemd, zou het hek helemaal van de dam geweest zijn, je weet wel, waar ze ooit dat station enkele meters verschoven hebben met een hoop spierballen en onder het geklik van de toen druk aanwezige persfotografenmeute.

Niet dat het iemand deftig zou interesseren, hij bestond en bestaat nog steeds om gelezen en verder niets en dus gaat hij zijn gangen verder, zich nimmer en nooit afvragend welke toch alweer die dringende boodschap was, die zo nodig en dwingend diende achtergelaten op de openbare internetsnelweg. In wel duizend bochten gewrongen, bericht hij immers alsof het zijn laatste berichten betreft en een zorgvuldig opgesteld testament geen mens zou accepteren, mocht het niet op zijn allerindividueelste pagina verschenen zijn. 'Ik speel met staal,' verwoordde hij het ooit, toen men hem vroeg naar zijn drijfveren. 'Ach zo,' werd toen gepubliceerd in de geschreven pers, waarna hij geen seconde rust meer kende, nu iedereen zich afvroeg hoe zo'n man altijd weer terugkwam.

Baba Yetu, hoe aart in heaven, geheiligd zij zijn naam, en hij nam zich voor nooit ofte nimmer nog in die zetel plaats te nemen.

Blogarchief